
Van Utrecht naar Saba
Soms lijkt een droom langzaam te vervliegen, maar blaast een onverwachte kans de droom weer nieuw leven in. Dat gebeurde bij Michel Verbeek. Vijfentwintig jaar lang was hij beroepsbrandweerman in Utrecht. Maar altijd met de wens om ooit eens in het buitenland te wonen en werken. Dat leek lange tijd anders te lopen. Totdat zijn collega’s hem een vacature toestuurden die hem op het lijf geschreven was.
“Ik ben in 2000 begonnen bij de beroepsbrandweer in Utrecht en heb daar tot 2025 gewerkt”, blikt Michel terug op zijn tijd in Nederland. “Van manschap heb ik me uiteindelijk opgewerkt tot plaatsvervangend ploegleider. Alle rollen heb ik wel gehad: chauffeur, op de hoogwerker, duiker, noem het maar op. Een mooie tijd was het in Utrecht. Ik heb altijd een combinatie willen maken van werken in het buitenland en in Nederland. De winter in het buitenland, de zomer in Nederland. Dat was m’n droom. Maar dan ga je trouwen, krijg je kinderen en loopt alles toch anders dan dat je in je hoofd had.
Uiteindelijk woonde ik met mijn nieuwe vriendin samen en raakte ik een tijdje geblesseerd, waardoor ik thuis zat. Dan ga je alles toch overdenken. Ik werd 55 en kon nog gebruik maken van de FLO-regeling om met vervroegd pensioen te gaan. Maar wilde ik dat wel? Op een gegeven moment kreeg ik van collega’s een advertentie doorgestuurd, ze zochten iemand voor de brandweer in het Caribisch gebied. Toen dacht ik: misschien moet ik dat maar gewoon doen!”
Mooie kans
Michel besloot te solliciteren en na een paar gesprekken werd hij aangenomen. Wel spraken ze af om eerst een week naar Saba te komen, om te zien en ervaren waar hij zich nou voor op had gegeven.
“Maar ik was er voor mezelf eigenlijk al wel uit, ik wilde dit altijd al”, lacht Michel. “Dat werd in die week alleen maar bevestigd: ik moest dit gewoon doen. Dus in mei 2025 ben ik daar begonnen, ik wist dat ik zo’n kans niet nog een keer zou krijgen. En mijn vriendin zag het ook wel zitten. Ze gaf aan dat ze dit avontuur met me aan wilde gaan, mits haar paard ook mee kon. We hebben gecheckt of dat kon en dat gaat nu ook gebeuren. Dat is wel een dingetje, want de laatste keer dat er een paard op Saba was, was in 1979. Een uitdaging dus, maar dat gaat goedkomen!

Ik werk nu bij de luchthavenbrandweer, maar die bedient ook de stadjes en het eiland zelf. Het is natuurlijk een klein eiland. Er zijn een paar nieuwe bevelvoerders en ze zochten iemand die hen kon begeleiden, in hun koude en warme taken. Daar ben ik voor aangenomen. Dat zou oorspronkelijk voor een periode van twee tot vier jaar zijn. Maar ik hoorde dat een ploegchef met pensioen ging en heb inmiddels gesolliciteerd als zijn opvolger. En dat is gelukt: over een tijd ga ik dus over op een vast contract.”
Veel is hetzelfde
Hoewel de omgeving op Saba totaal anders is dan het stadse Utrecht, is ook veel hetzelfde, vertelt Michel: “We hebben dezelfde bluskleding en ook het Operationeel Uniform is hetzelfde. We werken met vergelijkbare nieuwe voertuigen, die op sommige punten afwijken van Nederlandse. Zo werken we hier nog niet met O-bundels. Maar bijvoorbeeld ook de opleidingen en examens zijn hetzelfde, allemaal via het NIPV.
Wat wel een groot verschil is: we zijn als korps verdeeld over drie eilanden, namelijk Sint Eustatius, Bonaire en Saba. Bonaire is het ‘hoofdeiland’ en dat ligt wel wat verder. Dus iets bestellen duurt relatief lang, soms is dat wel een uitdaging. Ook qua opschaling bij grotere incidenten duurt het even voor er ondersteuning is. Je hebt niet zoals in Utrecht binnen vijf of tien minuten een tweede TS ter plaatse. Daarnaast is geoefendheid een punt van aandacht. We zijn met weinig mensen en hebben niet veel incidenten. Dus het is belangrijk dat we goed en vaak met elkaar oefenen.”
“Het is heel bijzonder om hier voor de brandweer te werken”
Meer met brandweer bezig dan in Nederland
Praktisch werkt het op Saba allemaal ook net wat anders dan in Utrecht. Waar Michel als beroeps in Utrecht volledig gekazerneerd werkte, wordt dat op het eiland afgewisseld met piketdienst.
Michel vertelt: “Onze kazerne bevindt zich op de luchthaven, daar zitten we van zonsopgang tot zonsondergang, want dan is er vliegverkeer. Daarna ga je naar huis en heb je piket. Dan kun je alsnog opgeroepen worden. Dat doe je twee dagen en dan ben je twee dagen vrij. Maar: ook op die vrije dagen ben je in feite oproepbaar. We zijn met zo weinig mensen. Als er echt wat gebeurt moet je gewoon paraat staan. Al bij al ben ik hier meer met de brandweer bezig dan in Nederland.
Het is wel bijzonder hoor, om hier voor de brandweer te werken. Qua inzetten is het toch wel écht anders dan in Utrecht. Als we incidenten hebben gaat het voornamelijk om ‘search and rescue’. Dus mensen, met name toeristen, die vermist zijn. We hebben hier de hoogste berg van Nederland en veel ecotoerisme. Mensen beklimmen die berg en dan gaat er wel eens wat mis. Ze breken een enkel, raken vermist en komen om wat voor reden dan ook niet meer naar beneden. Dan moeten wij aan de bak.”
Uiteraard rukken Michel en zijn collega’s ook uit voor brand, maar dat gebeurt relatief weinig. Als er brand is, is waterwinning vaak wel een uitdaging, ondanks dat Saba een eiland is.
“Bebouwing ligt vaak op vierhonderd meter hoogte, dus het is niet zo dat we de slangen even in de zee kunnen leggen”, legt Michel uit. Huizen hebben een cistern (waterreservoir), voor hun eigen watergebruik. Die mogen wij als brandweer gebruiken. Overigens kunnen we lang niet overal komen met de TS, dus een draagbare pomp gaat ook vaak mee. Het is hier echt belangrijk om het incident goed uit vragen: waar is het precies? Kunnen we er komen? Moet de pomp mee? Redden we het met één voertuig?”
Fijn en veilig eiland
Oorspronkelijk zou Michel het avontuur voor enkele jaren aangaan, maar dat lijkt dus uit te lopen op een langere periode.
Michel: “Het plan is nu om hier te werken tot m’n pensioen, we hebben het echt naar onze zin. Het paard van mijn vriendin komt ook nog en die ga je ook niet zomaar nog een keer terugverhuizen. Het is ook gewoon een fijn eiland en superveilig. Ik mis mijn moeder, kinderen en twee kleinkinderen wel. Een derde kleinkind hopen we deze maand te mogen verwelkomen. Dat ik hen weinig zie is wel afzien. Ik moet dus gewoon vaak terug naar Nederland en zorgen dat ze hier zo nu en dan op bezoek komen, dan komt dat wel goed!”