Nationaal Hitteplan van kracht, bekijk wat jij kan doen voor jezelf en een ander via het Nationaal Hitteplan.
Man in zakelijke kleding staat geposeerd in de buitenlucht

Hoe samenwerking in de regio de acute zorg toegankelijk houdt, onder álle omstandigheden

De Veiligheidsregio Utrecht is een echte netwerkorganisatie: dagelijks werken we samen met talloze partners om de veiligheid en gezondheid van inwoners te waarborgen. En als er één organisatieonderdeel is waarbij samenwerken met netwerkpartners in het DNA zit, dan is dat de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR).

Een goed voorbeeld hiervan is het Netwerk Acute Zorg Mid­den-Nederland (NAZMN). Hierin werken ziekenhuizen, huis­artsen, ambulancedienst, verloskundigen, verpleeghuizen en vele andere zorgaanbieders nauw samen om de acute zorg toegankelijk en beschikbaar te houden, ook onder bijzondere of crisisomstandigheden. De GHOR brengt daarin de experti­se op het gebied van crisisbeheersing en planvorming mee en zorgt ervoor dat alle partijen goed op elkaar zijn afgestemd.

We spraken over dit netwerk en de rol van de GHOR met Ro­bert Jan Schouwerwou, afdelingshoofd GHOR bij de VRU, Lori Seraus, strategisch beleidsadviseur GHOR bij de VRU, en Lukas van Spengler, directeur van het regionaal traumacen­trum en Netwerk Acute Zorg Midden-Nederland.

Netwerk van zorgpartijen

“Het Netwerk Acute Zorg Midden-Nederland bestaat uit alle partijen in onze regio die zich bezighouden met acute zorg”, legt Robert Jan Schouwerwou uit. “Het gezamenlijke doel is de acute zorg in de regio toegankelijk en beschikbaar te heb­ben voor de burger. Waar in de jaren negentig de nadruk voor­al lag op traumazorg, breidde dat zich na 2000 uit naar acute zorg in de volle breedte. Denk aan hersenbloedingen, acute verloskunde, orthopedie, maar ook neuro- en traumachirur­gie. Niet elk ziekenhuis kan alles, dus het is cruciaal dat we afstemmen: welke patiënt moet waarheen en hoe zorgen we dat dat soepel verloopt?”

“In feite wordt het netwerk acute zorg vanuit het UMC Utrecht georganiseerd, omdat dat door het Rijk is aangewezen als traumacentrum”, voegt Lukas van Spengler toe. “Ons doel is inderdaad om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de acute zorg te borgen. En daar wil ik aan toevoegen: onder álle omstandigheden. Het netwerk wordt ondersteund door een bureau, dat in de regio een neutrale rol vervult. Onze aan­dacht is gericht op het functioneren van de acute zorgketen als geheel. Voor ons staat niet het belang van één organisatie voorop maar dat van de patiënt/inwoner.”

“Het netwerk bestaat uit verschillende overleggen”, vult Lori Seraus aan. “Op bestuurlijk niveau wordt gesproken in het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ). De GHOR en daarmee ook de VRU wordt daarin vertegenwoordigd door de Direc­teur Publieke Gezondheid (DPG). Daaronder zit strategisch overleg en er zijn allerlei werk- en focusgroepen die zich op specifieke thema’s richten. Wij zijn als GHOR niet betrok­ken bij ieder thema, maar als het gaat om crisisbeheersing of Opleiden, Trainen, Oefenen (OTO/vakbekwaamheid), dan hebben wij een belangrijke rol. Dan trekken wij samen op met partners om OTO- en crisisplannen en -activiteiten af te stemmen.

Op dit moment werken we bijvoorbeeld samen aan het regi­onale ‘Programma Weerbare Zorg’. Veerkracht en het weer­baar maken van de samenleving zijn actuele en belangrijke thema’s. En ook de acute zorgketen moet zich hierop voorbe­reiden. Het NAZMN en de GHOR werken samen bij het helpen bepalen van prioriteiten, het creëren van overzicht en het maken van plannen. En dit is één voorbeeld, maar zo werken we op meerdere thema’s met elkaar samen.”

“En die samenwerking loopt wat mij betreft erg positief”, ver­volgt Lukas. “Iedere partij heeft een eigen rol en verantwoor­delijkheid: het netwerk zelf richt zich vooral op de dagelijkse zorg, terwijl de GHOR zich als crisisorganisatie bezighoudt met buitengewone omstandigheden. Het is een echte cri­sisorganisatie, zij zijn experts op dat vlak. Met hun piketor­ganisatie komen zij in actie bij een crisis en zorgen ze ervoor dat zorgpartners goed voorbereid zijn om in buitengewone omstandigheden samen te werken als keten. In het netwerk komt dit samen. De samenwerking met de GHOR is zoals ge­zegd heel goed. Heel openhartig en altijd gericht op hetzelfde doel.”

Een man en vrouw zitten geposeerd op een bank tegen een oranje muur

Een bonte mix

In het Netwerk Acute Zorg komt een breed scala aan zorg­partijen samen. Volgens Robert Jan een bonte mix: “Denk aan ziekenhuizen, de ambulancedienst, de GGD, huisartsen, spoedposten, verloskundigen, apothekers, verpleeghuizen, private klinieken. Maar denk ook aan de acute GGZ. We wer­ken eigenlijk met alle partijen binnen de zorg samen.”

Lori: “En we bekijken per thema hoe we het met elkaar aan­vliegen en waar we elkaar nodig hebben. Bij veel thema’s is er wel een link te maken met de opgeschaalde zorg. Wij moeten ervoor zorgen dat alles in die opgeschaalde situatie, als er echt iets aan de hand is, goed werkt. Gezien de enorme druk op de zorgcontinuïteit is dit een grote opgave.”

“Dat betekent ook: nadenken over bijzondere situaties”, legt Robert Jan uit. “Bijvoorbeeld als de A12 is afgesloten. Ook dan moet iemand die met spoed moet bevallen in het ziekenhuis kunnen komen. Of denk aan grote evenementen zoals de Tour de France en de Sinterklaasintocht, waarbij de binnenstad grotendeels is afgesloten. Hoe ga je dan om met spoedgevallen? Hoe krijg je iemand met spoed vanuit een afgesloten binnenstad in het UMC Utrecht? Of zelfs de regio uit? Immers, niet elke vorm van (acute) zorg wordt in alle cen­tra aangeboden. Daar denken wij met partners bij de plan­vorming over na. Om te zorgen dat acute zorg altijd door kan gaan.”

Evacuatie en grootschalige stroomuitval

Uit de samenwerking in het netwerk vloeit een aantal con­crete projecten. Zo heeft de GHOR van alle zorgpartners in de acute zorg hun crisisplannen opgevraagd voor een analyse. Er is gekeken of de instellingen individueel en als keten goed voorbereid zijn op een opgeschaalde situatie.

Lori: “Uit de analyse bleek onder andere dat we ons beter kunnen en moeten voorbereiden op twee zaken: een langdu­rige stroomuitval en een grootschalige evacuatie. Dat zijn nu dus ook twee concrete projecten waar we mee aan de slag zijn. Het doel is dat alle instellingen individueel én wij als ke­ten goed voorbereid zijn, mochten deze situaties werkelijk­heid worden. Het is mooi om te zien dat we in het netwerk gezamenlijk hebben bepaald wat we belangrijk vinden en waar we aan gaan werken. Een ander concreet project is het zorgrisicoprofiel. Dat profiel brengt de specifieke risico’s van de regio in kaart en laat zien welke aandacht nodig is om de zorg daarop toe te rusten.”

Robert Jan: “Je kunt je wel voorstellen wat zo’n langdurige stroomuitval teweegbrengt. Het kan echt tot een zorginfarct leiden. Denk ook aan wat er thuis allemaal gebeurt: mensen liggen thuis aan de beademing of zorgen met allerlei medi­sche apparatuur voor hun gehandicapte kind of familielid. Bij zo’n storing valt dat dus allemaal (na verloop van tijd) uit en dan moet je als zorgpartijen klaarstaan. Daarom is samen­werking in het netwerk zo cruciaal.”

Lessen coronacrisis

Ook tijdens de coronacrisis werd duidelijk hoe belangrijk samenwerking in het Netwerk Acute Zorg is. Door goede sa­menwerking in het netwerk liep de regio Utrecht voorop in de aanpak van de crisis.

Robert Jan vertelt: “Via het netwerk hielden we regie, bij­voorbeeld rond de verspreiding van persoonlijke bescher­mingsmiddelen, en betrokken we de brandweer om deze te verdelen. Als enige regio richtten we bovendien een sterilisa­tiestraat in, waarmee we toonaangevend waren. We hadden elkaar in die tijd ook echt nodig. Met een stevige mix aan ex­pertises hielden we zicht op onze regio en de risico’s. Bijvoor­beeld kindjes die oncologische zorg kregen in het Maxima Centrum. Een virus is voor hen bloedlink, dus daar waren we dan extra scherp op.”

Lukas: “In die tijd werd ook maar weer eens duidelijk: acute zorg is áltijd ketenzorg: als ergens in de keten de doorstroom stokt, raakt het hele systeem verstopt. Dat bleek al tijdens een zwaar griepseizoen in 2018 en dus zeker tijdens de co­ronapandemie. De problemen leken vooral zichtbaar op de spoedeisende hulp, maar ontstonden doordat patiënten niet konden doorstromen vanuit of naar andere schakels, zoals verpleeghuizen, verpleegafdelingen of de ambulancezorg. Sindsdien is het netwerk verbreed: tegenwoordig doen ook verpleeg- en verzorgingshuizen mee.

Ook ik ben trots op het werk dat we in die periode hebben ver­richt met elkaar. Wat daarbij enorm hielp is de manier waarop wij in deze regio georganiseerd zijn. Het NAZMN beslaat zo ongeveer hetzelfde verzorgingsgebied als de GGD, de RAVU (ambulancedienst inclusief Meldkamer Ambulancezorg), de VRU en daarmee de GHOR. Dat maakte samenwerking een­voudiger en voorkwam ingewikkelde afstemming met nog meer partijen. Er waren vanaf het begin van de pandemie korte lijnen tussen de GHOR, de DPG en mijn bureau van het Netwerk Acute Zorg. Die samenwerking is sindsdien verder uitgebouwd en vormt een stevige basis voor de toekomst.”

Rollen en verantwoordelijkheden

Maar er is altijd ruimte voor verbetering. Momenteel loopt er een landelijk een traject om de samenwerking tijdens crises nog sterker te maken. Dat traject richt zich met name op de verdeling van rollen en verantwoordelijkheden tijdens een crisis.

Lukas vertelt daarover: “Tijdens een crisis hebben de GHOR en de DPG een duidelijke taak, maar zij gaan niet over wat zie­kenhuizen doen, wat voor zorg zij leveren of hoe. Daar gaan bestuurders van zorginstellingen over. Tijdens de pandemie hebben we gezien dat we bepaalde zaken van zorginstellin­gen verwachten, die echt nodig waren, maar dat we die dan niet konden afdwingen. Daar wordt nu over nagedacht: wat zijn de rollen tijdens een crisis en wie gaat waarover? Dát wer­ken we nu uit, in een escalatiemodel waarin zowel de DPG als de ROAZ-voorzitter duidelijke rollen en verantwoordelijkhe­den hebben.”

“Om het verhaal van ons netwerk eigenlijk samen te vatten: when shit hits the fan, moet de hele zorgketen goed op elkaar aanhaken”, besluit Robert Jan. “Met elkaar moeten we dat or­gel bespelen. Met kennis, kunde en professionaliteit van vele mensen. Er werken in onze regio ongeveer 140.000 mensen in de zorg, dat is nogal wat. Dat dit samenspel goed loopt, vanaf een melding op de meldkamer tot aan de inzet van een traumaheli, de ambulance, Officier van Dienst Geneeskundig, ziekenhuizen, de brandweer óf dus tijdens een langdurige cri­sis, dáár gaat het om en daar werken we iedere dag aan.”