“Neurodiversiteit is geen beperking, het is een andere manier van zijn”
Neurodiversiteitsnetwerk bij de VRU
Bij de VRU geloven we in de kracht van diversiteit, ook als het gaat om hoe onze hersenen werken. Daarom starten we een neurodiversiteitsnetwerk, met Laura van der Vet als initiatiefnemer. Dit netwerk biedt een plek voor collega’s die zich herkennen in bijvoorbeeld ADHD, autisme, dyslexie of andere vormen van neurodivergentie. Maar ook voor collega’s die nieuwsgierig zijn of willen leren hoe ze beter kunnen samenwerken met neurodivergente collega's. In dit interview vertelt Laura over haar ervaring op het gebied van neurodiversiteit én over het neurodiversiteitsnetwerk van de VRU.
“Ik dacht dat iedereen de wereld zo ervoer”
“Tot mijn midden-dertig had ik eigenlijk niet door dat ik anders functioneerde dan anderen.” Pas tijdens een kennismakingsgesprek met haar nieuwe huisarts werd de link gelegd tussen haar ervaringen en autisme. Na een uitgebreid traject bleek Laura autistisch en hoogbegaafd te zijn. “Voor mij werd toen duidelijk hoe mijn brein werkt: prikkels komen heftiger binnen of juist trager. Geuren, geluiden, licht; deze prikkels komen allemaal tegelijk binnen bij mij en het lukt me dan niet goed om iets prioriteit te geven. Mijn hoofd doet alles tegelijk.” Dat betekent soms ook praktische aanpassingen. “Ik gebruik bijvoorbeeld een specifiek wasmiddel, omdat ik de geur van andere niet uit kan zetten. Dat blijft dan echt de hele dag hangen. En pijnprikkels verwerk ik nauwelijks, waardoor ik pas laat merk dat ik ergens last van heb.”
“Ik voel goed aan dat er iets speelt, maar ik begrijp niet altijd wat.”
Op de werkvloer brengt Laura haar neurodiversiteit zowel krachten als uitdagingen met zich mee. “Mijn grootste kracht? Details zien, verbanden leggen en snel kunnen leren. Geef me een beleidsstuk en ik haal de constructieve punten eruit. Maar tegelijk vind ik kantoorpolitiek en de sociale momenten bij de koffieautomaat soms lastig. Niet omdat ik niet sociaal ben, dat ben ik zeker, maar omdat ik onzeker ben over of ik wel juist reageer. Ik wil niet raar overkomen. Dat maakt me nerveus”
Gelukkig is er op de werkvloer steeds meer begrip. “Omdat ik open ben over mijn autisme, kunnen collega’s met me meedenken. Soms doe ik teams-overleggen thuis in plaats van op locatie, maak ik duidelijke afspraken en soms moet ik gewoon even vragen: ‘Wat bedoel je nou precies?’ Dat helpt enorm.”
Laura is ook erg blij met haar leidinggevende: “We hebben een nauwe band. Het is voor mij ook een leerproces. Ik heb die diagnose pas twee jaar, dus ik ontdek nog steeds wat werkt en wat niet. Wat helpt, is met hem blijven praten en soms ook accepteren dat het even mis mag gaan.”
Het neurodiversiteitsnetwerk – “We brengen iets anders mee en dat is waardevol.”
Een neurodiversiteitsnetwerk is belangrijk vindt Laura: “Statistisch gezien is één op de tien mensen neurodivergent. Dat betekent dat je in elk team wel iemand hebt die op een andere manier functioneert. En als je daar geen rekening mee houdt, sluit je onbedoeld iemand buiten en laat je misschien kansen onbenut.” Laura pleit voor een organisatie waarin neurodiversiteit geen taboe meer is. “We worden vaak benaderd vanuit een zorgperspectief: wat moet er voor je geregeld worden, wat kun je niet? Maar we brengen óók iets mee: andere invalshoeken, creatieve oplossingen en oog voor detail.”
Een voorbeeld waarin het neurodiversiteitsnetwerk in het vervolg zou kunnen helpen is de herinrichting van de kantoortuin. “Als daar neurodivergente collega’s bij betrokken waren, was het misschien wel anders gegaan: met dimbaar licht, meer stilteplekken of herstelruimtes. Kleine dingen, die een groot verschil zouden kunnen maken.” Ze hoopt dat het netwerk herkenning en verbinding biedt. “Ik ben pas net op weg, maar er zijn vast collega’s die al veel langer deze ervaringen hebben met ADHD, dyslexie, autisme, noem maar op. Als we elkaar weten te vinden, kunnen we ervaringen delen én elkaar versterken.”
Wil jij je aansluiten bij het diversiteitsnetwerk?
Voor collega’s die twijfelen of ze iets met dit netwerk willen zegt Laura: “Niets moet. Je hoeft je diagnose niet te delen maar als je behoefte hebt aan een gesprek of aan herkenning, weet dan dat je niet alleen bent. En misschien ontdek je dat er veel meer collega’s zijn zoals jij, die je nooit had herkend.”