Foto van Marcel de Vries

Marcel de Vries: "Wat je in het klein leert, ga je in het groot doen"

De jeugdbrandweer neemt al sinds 1972 een speciale plaats in in het leven van Marcel de Vries. Toch gaat de 66-jarige brandweerman proberen het los te laten. Vrijdag 12 juli nam hij officieel afscheid als regionaal functionaris jeugdbrandweer tijdens zijn allerlaatste jeugdkamp in Zeewolde. “Ik heb de mooiste betaalde hobby van de hele regio gehad.”

Marcel praat nog steeds alsof hij dat 15-jarige Utrechtse ‘jochie’ is die net gestart is bij de jeugdbrandweer in Zuilen. Toch zitten er bijna 51 jaar tussen zijn eerste kennismaking en zijn afscheid. Er is in al die jaren heel veel veranderd, maar dat is niet te merken aan het enorme enthousiasme waarmee hij praat over ‘zijn’ jeugdbrandweer. Als jong jochie komt hij via via in aanraking met de jeugdbrandweer. Hij meldt zich aan en is verkocht. “Het was niet alleen het brandweergebeuren, maar vooral ook de activiteiten, het organiseren dat me trok”, vertelt Marcel.

Organiseren

Behalve de wekelijkse oefenavonden gaat de Utrechtse jeugdbrandweer ook op kamp. “In 1974, ja het bewuste voetbaljaar, zaten we op dat moment op kamp. In Duitsland ook nog. Dat was afgezien van de verloren voetbalfinale, erg leuk. En als groep hadden we wel gewonnen tijdens de spellen”, weet hij nog. De jonge Marcel neemt meteen al van alles op zijn schouders. “Brandweer Zuilen had een jubileumjaar en toen hebben we met een paar jongens een personeelsvereniging opgericht, zijn we oude kranten gaan ophalen en hebben we van de opbrengst een koperen opzetstuk geschonken aan de brandweer.” Ook maakt hij elke drie maanden een boekje met wetenswaardigheden, nieuwtjes en puzzels. “Op de oude kazerne aan de Minrebroederstraat wisten ze al dat ‘de jongens van Zuilen’ af en toe kwamen en dan stonden de typemachines klaar om stukjes te tikken.”

Brandweerfotograaf

In 1976 is het zover en meldt hij zich aan als vrijwilliger bij Brandweer Zuilen. “Helaas woonde ik net te ver weg. Ik heb wat achterlichten gezien. Ging er dan op mijn brommertje maar achteraan om foto’s te maken. Als pleister op de wonde was ik de ‘Brandweer Zuilen fotograaf’.” Ook wordt hij meteen jeugdleider. Hij heeft dan al goede herinneringen aan de jeugdkampen die er in zijn tijd al waren en besluit dat door te zetten. “Ik had het er met mijn vader over en samen kwamen we erop om een keer mee te doen aan de Fiets4Daagse in Hoogeveen. Ik werkte toen al bij de luchtmachtbasis Soesterberg en was net zo’n ritselaar als nu en zo kreeg ik diensttenten mee. Ik heb wat lopen slepen met die zware dingen. Maar het voordeel was dat we ze ook mochten houden.”

Iets meer koken

De eerste kampen zijn fietskampen. De Utrechtse jeugdbrandweer doet dapper mee, zo’n 25 man. Marcel heeft de genen van zijn vader, die banketbakker is en hobby-kok, en kookt op een simpel gasstel voor de hele groep. Het is iets dat hij jarenlang volhoudt. “Toen er geregionaliseerd werd kregen we te horen dat de fietskampen in Hoogeveen of soms in Eindhoven wel te ver weg waren. Zo kwamen we uiteindelijk op het Erkemederstrand bij Zeewolde terecht. Dichterbij huis. Ook andere korpsen hoorden van ons jaarlijkse kamp en vroegen of ze mee mochten. Zo kwam De Bilt erbij, later Veenendaal. Ik zei dan ‘ga maar mee, het is iets meer koken, iets meer inkopen en iets meer organiseren’.”

Fundament

Inmiddels is het jaarlijkse jeugdkamp een vaste activiteit binnen de Veiligheidsregio Utrecht en heeft het de naam Kleurrijke Jeugdbrandweer Oefendagen gekregen en doen er 17 jeugdkorpsen aan mee. Het gaat inmiddels om ruim 300 deelnemers. Een uniek evenement waar niet alleen tijd is voor veel lol maar ook voor samenwerking en oefeningen op het gebied van brandbestrijding. “Het fundament is gelegd, als je iets met je jeugd wil dan moet je er ook iets mee doen. Dat was toen al mijn visie en nu nog steeds. Gelukkig zit mijn opvolger Yord Noorman ook op die lijn, dat maakt het een stuk makkelijker loslaten.”

Vrijwilliger

Het laatste jeugdkamp voor Marcel als organisator betekende iets meer rust. “Nee koken doe ik niet meer. Na een tijdje werd het gasstelletje ook te klein. We hebben toen een kavel veldkeukens gekocht en van alle onderdelen één goed werkende keuken gemaakt. Als ik vroeger de keuken opstartte die op diesel aangedreven werd, dan wisten ze op het kamp dat er bijna gegeten kon worden, de zwarte rook zag je overal bovenuit”, lacht hij. Inmiddels staan er andere vrijwilligers te koken en zijn toegevoegd aan het begeleidingsteam. Zo’n veertig vrijwilligers gaan mee als EHBO, technische dienst, verzorging en begeleiding. Marcel gaat volgend jaar weer mee, maar dan als vrijwilliger, net als de meeste deelnemers. “En dat zijn niet altijd mensen die bij de brandweer zaten of zitten.”

Lol en leren

Naast de jeugdkampen heeft Marcel in het algemeen de jeugdbrandweer op de kaart gezet, onder andere met het organiseren van jeugdwedstrijden. Daarnaast was hij ‘gewoon’ ook hoofdjeugdleider in Zuilen. “Streng ben ik niet. Als de ploeg er een goed gevoel bij had maar anderen waren beter dan is het ook prima. Ook al werden we niet eerste, na elke jeugdwedstrijd ging gewoon de vetpan aan, het gaat erom dat we lol hebben en ook nog wat leren.”

Investeren

Toch is hij wel degelijk altijd bezig met veranderingen en vernieuwingen. “Ik ben niet van het stilstaan. Ik heb het liever ook niet over vroeger. Wij deden het anders, maar ik vind wel dat je door moet gaan. Zo hadden we nu op het jeugdkamp spellen met VR-brillen. Daar ben ik zelf ook van. Ook zijn Yord en ik bezig om de O-bundels te krijgen voor de Utrechtse jeugdploegen, daar blussen ze in de hele regio al mee en ik vind dat we daarin mee moeten. Want wat je in het klein leert ga je in het groot doen is mijn ervaring. Ik heb al heel veel jeugdleden van vroeger zien doorgroeien, korpsen bestaan voor een groot gedeelte uit oud-jeugdbrandweerleden. Daar moet je in blijven investeren.”

Marcel ontving vrijdagavond een Zilveren Kruis van Verdienste voor zijn jarenlange inzet voor de jeugdbrandweer in Utrecht, de regio en landelijk.