De familie Van Westendorp staat voor een brandweerpost.

Drie generaties Van Westendorp bij Brandweer Zuilen: ‘Niemand verlaat de brandweerfamilie’

Al 53 jaar levert de familie Van Westendorp vrijwilligers aan Brandweer Zuilen. Het begon in 1973 met het aanmelden van Hans, nu 83 jaar. Hij werd in 1987 gevolgd door zoon Marcel (nu 56 jaar) en inmiddels zit zijn zoon Dennis (26 jaar) bij het korps. “Of mijn kinderen een keuze hebben? Zeker wel, maar ze krijgen wel elke maand een nieuw brandweerautootje om mee te spelen”, lacht Dennis.

Hans was een hardwerkende stukadoor en zag bij toeval in de krant een wervingsadvertentie van Brandweer Zuilen. “Ik ging erheen en werd aangenomen. Nou ja, na een medische keuring, maar dat was niet meer dan even wat controle.” Dat gaat anders als in 1987 zoon Marcel zich aanmeldt. Er volgt een uitgebreidere aannametest. Dennis doorloopt in 2017 de huidige testen; naast een psychologisch assessment ook een fysieke test en medische keuring.

IJzerzaag

Het is niet de enige verandering. Hans: “Ons hulpverleningsgereedschap was een ijzerzaag. Perslucht zat in een kist. Lopen met perslucht leerde je wel, maar pas in de laatste vijf jaar van mijn brandweer carrière heb ik er een diploma voor gehaald.”

“Het is dat ik in 2001 moest stoppen vanwege allerlei reglementen, maar ik was graag doorgegaan. Elke maandagavond kom ik nog naar de oefenavond, even wat drinken op de kazerne.”
Hans van Westendorp

Niet te blussen

Voor Hans betekende zijn kennismaking met de brandweer dat er een passie ontstond die niet te blussen is. “Het is dat ik in 2001 moest stoppen vanwege allerlei reglementen, maar ik was graag doorgegaan. Elke maandagavond kom ik nog naar de oefenavond, even wat drinken op de kazerne. Al zijn er steeds minder van de oude garde.”

De oefenavonden en uitrukken waren voor Hans de momenten waar hij het meeste leerde. “We reden tot de Marnixlaan, hadden de Demka-fabriek waar regelmatig wat gebeurde. En vergeet de Betonbuurt niet. Dan hadden we soms in het weekeinde wel zes of zeven uitrukken omdat de wijk werd gesloopt.”

Vuurdoop

Zijn vuurdoop als chauffeur staat in zijn geheugen gegrift. “Ik was opgeleid maar een inwerktraject had je niet. Je werd er zo opgeschopt als de eerste keer de pieper ging.” Dennis vult zijn opa aan: “Tegenwoordig moet je het echt kunnen, een diploma op zak hebben. Anders moet je nog maar wat vaker oefenen voordat je de weg op gaat.”

Aan de functie als chauffeur heeft Hans de mooiste herinneringen. “Het leukste was met Prio 1 naar de brand toe rijden.” Als chauffeur maakt hij bijzondere dingen mee. In 1986 gaat hij voor een rondritje op pad met de tankautospuit van de Zuilense jeugdbrandweer. “We hadden korpsleden van ons ‘broederkorps’ uit Brunn am Gebirge, Oostenrijk, op bezoek. We reden richting Oud-Zuilen, maar verzakten in de berm en kiepten zo om. Lagen we dan in het water met het blusvoertuig. De raampjes stonden nog open. We zagen er niet uit…” Kleinzoon Dennis lacht: “De anekdote is berucht. Als ik nu instap als chauffeur wordt er nog weleens geroepen ‘kijk maar uit dat je niet in de sloot rijdt’.”

Historische zwart wit foto van brandweervoertuig in de sloot. Brandweermensen zitten op het voertuig.

In eerste instantie worden de brandweerlieden gealarmeerd met een sirene die op de kazerne staat, later komt er een bel in huis. “Maar dan was de hele straat ook wakker”, lacht Hans. “En als het alarm ging liep hij de kopjes van tafel”, lacht Marcel. Marcel gaat regelmatig mee naar activiteiten op de kazerne. “Dan word je al snel opgenomen in de groep. En zoals ze weleens zeggen ‘niemand verlaat de brandweerfamilie’.”

Bouwhelm

Marcels’ eerste echte brandweermeters maakt hij bij de Utrechtse jeugdbrandweer en hij stroomt in 1987 door naar Brandweer Zuilen. “Mijn eerste uitruk was een bijzondere. Ik rukte uit op het derde blusvoertuig. Omdat we precies in die periode gingen wisselen van type blushelm had ik als jonkie nog geen nieuwe, maar tijdelijk een simpele bouwhelm. De pieper ging voor een uitslaande brand, maar toen ik uitstapte besefte ik wat voor helm ik had en kon ik niet mee naar binnen…”

Marcel wordt behalve brandwacht ook chauffeur en bevelvoerder. Met vader Hans links en zoon Marcel rechts voorin de brandweerauto worden veel incidenten samen afgehandeld. Marcel: “We noemden elkaar gewoon pa en Marcel. Dat heb ik ook met Dennis gedaan toen hij erbij kwam. Die vader-zoon relatie is altijd blijven bestaan.”

“Mijn eerste uitruk was een bijzondere. Omdat we precies in die periode gingen wisselen van type blushelm had ik als jonkie nog geen nieuwe, maar een simpele bouwhelm”
Marcel van Westendorp

Vertrouwen

Hans: “We hebben weleens een uitruk gehad en dan stond ik buiten bij de pomp, Marcel zat binnen. Het was heftig en dan was ik blij dat ik hem goed eruit zag komen.” Ook Marcel herkent dat: “Als bevelvoerder heb ik Dennis weleens ergens naar binnen gestuurd waar het achteraf best gevaarlijk was. Ook dan ben je blij als hij weer veilig buiten staat.” Dennis bekijkt het nuchter: “Ik zeg wel pa, maar op dat moment is het gewoon mijn bevelvoerder. We vertrouwen op elkaar, we weten wat we moeten doen.”

Waar Hans verplicht moet stoppen, is het bij Marcel een bewuste keuze na 32 jaar. “Het was een keer goed en ik draaide ook nog diensten als woordvoerder ernaast. En ik wilde geen oude zeurpiet worden.” Zoon Dennis lacht: “Nou dat is je dan niet gelukt.”

Dennis kwam in 2017 bij het korps dat niet alleen branden blust, maar ook veel reanimaties heeft. “Misschien heb ik van ons drieën wel de meeste ellende meegemaakt”, overdenkt Dennis. “Ernstig gewonde slachtoffers, veel reanimaties. Mijn vriendin was jarenlang ook brandweervrouw en daar kan ik even mijn verhaal goed kwijt. Verder heb ik er geen moeite mee. Ik sta er nuchter in. En als we hulp nodig hebben dan is dat er.” Opa Hans vult aan: “Ook ik heb heftige dingen beleefd, net als Marcel, maar in onze tijden was er minder geregeld. In mijn tijd werd er helemaal niet over gepraat. Gelukkig was ik geen piekeraar.”

Dennis loopt rond in een gedreven korps naar eigen zeggen. “We hebben op dit moment geen vast uitrukgebied, dat wordt namelijk bepaald door onze aanrijtijden. Ook werken we bijna altijd samen met de beroepscollega’s. We gaan er daarom altijd vol voor, of het nu bij het oefenen is of de uitruk. Onlangs hadden we een flinke brand, hebben we met de ploeg drie uur flink staan buffelen. Maar dat is waarom we van huis gaan, daar doen we het allemaal voor.”

Historische zwart wit foto brandweeroefening bij het werkspoor terrein in 1975