Ergens breekt brand uit en een getuige belt 1-1-2. Iedereen kent het alarmnummer, maar wat er vervolgens in de meldkamer gebeurt is veel minder bekend. “De centralisten van VRU brandweer leveren een grote bijdrage aan de veiligheid”, weet teamleider Peter Foreman.

De centralisten zitten met headsets achter grote computerschermen in de Utrechtse meldkamer. Ze zijn de ogen en oren van de brandweer vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert, die in samenspraak met de centralist de aansturing van de collega’s op straat overneemt. “We proberen zo snel mogelijk te achterhalen wat er precies aan de hand is en welke prioriteit een incident heeft: telt iedere seconde of niet.”
Voor een optimale slagvaardigheid zijn de meldingen in vier hoofdcategorieën onderverdeeld: brand, technische hulpverlening, gevaarlijke stoffen en ongelukken op of in het water. “Ieder noodgeval vereist een andere aanpak. Als het nodig is, sturen we in ieder geval een tankautospuit en vervolgens bekijken we welke aanvullingen er eventueel nodig zijn.”

Overzicht noodzakelijk
Het contact met de politie en de ambulancedienst is snel gelegd, want die zitten eveneens in de meldkamer. Bij incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan de VRU een calamiteitencoördinator inzetten die alle drie de hulpdiensten aanstuurt. “Dat werkt heel goed, het is voor het inschatten van de ernst noodzakelijk om overzicht te hebben. Die inzet doen we alleen bij ongevallen die kunnen escaleren of maatschappelijke onrust veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan een gaslek dat het ontruimen van de omgeving noodzakelijk maakt.”

De centralisten werken ook samen met partners als Stedin, de stichting Salvage en de gemeenten in de regio. “Gemeenten hebben een prominente rol bij de crisisbeheersing als kenners van de situatie ter plekke. De officier van dienst Bevolkingszorg komt namens een gemeente onder meer in actie bij incidenten die grote impact kunnen hebben op bewoners.”

Auto ondersteboven
Wat nogal eens wordt vergeten: de centralisten zelf zijn óók telefonische hulpverleners. “Als iemand bijvoorbeeld niet uit een brandend huis komt, geven wij adviezen. En we hebben ook weleens een melding gekregen van een bestuurder die met haar auto ondersteboven in het water lag en niet wist wáár. Zulke situaties hebben natuurlijk behoorlijk impact, maar ze maken het werk ook boeiend.”
Dat is het sowieso al, vindt de teamleider. “We weten aan het begin van een werkdag nooit wat er precies gaat gebeuren, maar weet wel: ons werk doet ertoe, het kan om leven of dood gaan. En het geeft voldoening om als team regelmatig het verschil te kunnen maken.”