Bij de VRU is het belangrijk om zoveel mogelijk informatie te verzamelen en die gericht in te zetten in het werk: om calamiteiten te voorkomen, snel actie te ondernemen of mensen te kunnen voorlichten. Informatiegestuurd werken is daarom onmisbaar.

‘Bij alles wat we doen in ons werk gebruiken we informatie’, zegt Richtsje Samplonius, Chief Information Officer bij de VRU. ‘Maar we zijn ons er vaak niet van bewust dát we het doen.’ Ze zegt het om aan te geven dat informatie binnenhalen en weer inzetten eigenlijk de normaalste zaak van de wereld is. ‘De laatste jaren koppelen we daar een digitale component aan. We hebben technologisch steeds meer mogelijkheden om informatie te verwerken. Nog mooier: nieuwe informatie kan het werk veranderen, omdat je die op een andere manier inzet.’

Geen hocus pocus
Het lijkt hocus pocus, maar het is het niet, verzekert ze. ‘Wie naar zijn eigen werk kijkt, moet zichzelf eens afvragen welke informatie wordt gebruikt, welke informatie wordt geproduceerd en wie daar ook wat aan kan hebben. Voor bijvoorbeeld de brandweer geldt dat in het uitruksysteem na afloop van een uitruk opgenomen wordt wat er is gebeurd, welke elementen van belang waren, enzovoorts. Voor veel mensen is dat een gedoe. Dat snap ik. Je bent moe, oververhit, staat nog bol van de adrenaline en dan moet je achter een computer kruipen. En toch: de juiste informatie over dat incident kan weer worden gebruikt om een nieuw incident te voorkomen of de risico’s beter in te schatten.’

Vakmanschap
Informatiegestuurd werken is daarom niet iets dat alleen maar met computers gebeurt. ‘Integendeel! Hoe goed je je informatiebeeld ook kunt maken met techniek, data analyse en het koppelen van allerlei informatiebronnen: de manier waarop collega’s die informatie sturen bepaalt het resultaat van het werk. Wat de informatie werkelijk betekent kan alleen in combinatie met vakmanschap duidelijk worden.’

Big data
Het gaat allemaal nog veel verder. Bij evenementen kan een risico-inschatting worden gemaakt. Geografische gegevens zijn van belang, maar ook het soort wijk: een villawijk heeft andere risico’s dan een studentenwijk. ‘Dat is big data, ja. We zijn daar uiterst voorzichtig mee, want we weten allemaal dat privacy en big data geen goede vrienden zijn. Daarom zorgen we ervoor dat we informatie die we gebruiken niet herleidbaar is tot natuurlijke personen.’

Er zijn verschillende systemen die momenteel worden ingezet. Ze noemt het Mobiel Operationeel Informatiesysteem (MOI): elk voertuig beschikt over geografische gegevens via een tablet en via die weg is veel informatie op te vragen. In het Veiligheid Informatie Centrum (VIC) worden social media, weersvoorspellingen en nog veel meer informatiebronnen gemonitord. Voor het eerst is er ook de mogelijkheid om de informatie over voertuigen geautomatiseeerd met Defensie uit te wisselen zodat bewegingen meer op elkaar af te stemmen zijn. ‘Ook dat vergroot de veiligheid. We richten ons niet alleen op grote partners, maar zoeken bewust samenwerking met start-ups. Zij zijn vaak innovatief, maar hebben weer niet genoeg mogelijkheden om hun ideeën in te bedden. Samen komen we dan verder. Niet alleen wij, maar ook gemeenten, politie, partners in data. Het is ongelooflijk wat je daarmee kunt en dan staan we nog aan het begin. Innovaties gaan echt heel snel en we kunnen ook niet alles doen. Het draait erom dat we de informatie die we hebben blijven inzetten voor veiligheid van burgers.