Binnen de VRU zijn zo'n 1600 brandweervrijwilligers actief. Mensen aan wie eisen worden gesteld: ze moeten wekelijks een oefenavond bijwonen. Een deel van deze mensen is ook BHV’er. Ook daar moeten dan cursussen en bijeenkomsten voor worden gevolgd terwijl het vaak dubbelop is. De oplossing? Maak brandweervrijwilligers meteen BHV’er. Logisch of komt er meer bij kijken?

Wie als vrijwilliger bij de brandweer werkt, wordt vaak binnen het bedrijf of de organisatie waar hij of zij werkt gebombardeerd tot BHV’er. Dat wil niet zeggen dat dit automatisch gebeurt: er moeten nog altijd cursussen voor worden gevolgd en jaarlijks is er een verplichte herhaling van kennis en kunde. ‘Dat terwijl vrijwilligers bij de brandweer heel intensief op hun vaardigheden worden getest’, zegt Ronald Sonnevelt van de VRU. ‘Ze moeten elke week oefenen. Dan is een BHV-cursus of herhaling vaak overbodig. Dat heeft ertoe geleid dat we zijn gaan praten met het NIBHV die de cursussen maakt om te kijken of er geen ontheffing mogelijk was. Het mes snijdt dan aan twee kanten: een werkgever heeft een goed getrainde BHV’er in huis, maar hoeft daar niet extra kosten voor te maken of de werknemer vrij te roosteren. Het is een blijk van waardering voor die vrijwilliger, maar ook voor de werkgever.’

Andere focus
Het lijkt zo logisch dat een brandweervrijwilliger BHV’er is. Toch is dat niet het geval. Natascha Kooijman van NIBHV: ‘Een BHV’er moet andere dingen doen dan een brandweervrijwilliger. Bij de brandweer moeten mensen op het vuur af om het te stoppen. Een BHV’er moet vooral zorgen dat áls het vuur te groot is voor kleine blusmiddelen hij of zij meteen begint met ontruimen. Dat zijn andere stappen. Wij hebben gezegd: het is prima om vrijwilligers van de brandweer ook een BHV-certificaat te geven, maar alleen als zij werken volgens de ‘Leidraad oefenen’. Dan weten ze dat ze vaardigheden hebben die bij een BHV’er horen: ontruimen, reanimeren, verbanden leggen en blussen van beginnende branden.’

Ze kan er niet genoeg op hameren dat de brandweervrijwilliger wel een knop om moet zetten als hij of zij als BHV’er gaat opereren. ‘Een BHV’er moet het belang en de veiligheid van de medewerkers vooropstellen en niet een brand. Ik denk dat we door de goede samenwerking met de VRU dit wel afgedekt hebben.’

Uitreiking eerste BHV-pas met certifcaat aan Edwin Bergstra, postcommandant Lopik, door Lex Tillart, afdelingshoofd Repressie en Natascha Kooijman van NIBHV

Foto: Uitreiking eerste BHV-pas met certifcaat aan Edwin Bergstra, postcommandant Lopik (links), door Lex Tillart, afdelingshoofd Repressie (rechts) en Natascha Kooijman van NIBHV

Waardering
Het kost de VRU ook wat om dit te regelen, maar door het VRU-breed aan te pakken wordt weer bespaard. ‘Voorheen kwamen mensen naar ons toe voor die vrijstelling en moesten we het steeds apart regelen’, zegt Sonnevelt. ‘Door deze actie is dat niet meer nodig. We hebben de oproep gedaan aan mensen die al BHV’er waren. In eerste instantie dachten we dat we op dertig procent van het totale aantal vrijwilligers zouden zitten. Dat is veel meer geworden: bijna de helft heeft een certificaat en een pas ontvangen. Die moet wel elk jaar ververst worden, maar die kosten dragen wij. Als blijk van waardering voor de vrijwilligers én de werkgevers. Die werkgevers moeten namelijk ook altijd maar bereid zijn hun personeel af te staan bij een brand. Dat is ook niet niks. We laten zien met deze actie dat we daar dankbaar voor zijn.’