De VRU heeft in het dagelijks werk met veel verschillende partners te maken. Stedin is er een van: de beheerder van het gas- en elektriciteitsnet in het grootste gedeelte van de Randstad. Enrico Fazzi, adviseur crisisbeheersing van Stedin, vertelt over hun samenwerking.

Gaslucht, meterkastbrand, stroomuitval. Het zijn onderwerpen waar Stedin dagelijks mee te maken krijgt en waar ook de VRU bij betrokken is. “Het Netwerk Operations Center (NOC) dat is de meldkamer van Stedin, heeft direct contact met de gemeenschappelijke meldkamer van de veiligheidsregio’s. Dagelijks hebben we verschillende keren contact met elkaar. In ons gebied is er altijd wel ergens melding van gaslucht of een meterkastbrand. We hebben een uitgebreid uitvraagscript. Wat is de setting? Om welk locatie gaat het? Dat soort vragen. Je kunt je voorstellen dat bij een melding over een incident in een weiland iets anders aan de orde is dan in een stedelijk gebied met vele omwonenden. Naarmate de melding ernstiger is, schalen we op. Als evacuatie aan de orde is, trekken we op de plaats van het incident in een motorkapoverleg of een CoPI (Commando Plaats Incident) gezamenlijk op.”

Impact
Er komen allerlei aspecten aan bod. Hoe zit het met de veiligheid? Hoe lang gaat het duren? Moet een deel van een wijk worden geëvacueerd? “Grotere incidenten hebben bijna altijd een impact op de bevolking. Dat betekent dat we onderling ook de informatievoorziening moeten afstemmen. Wie vertelt wat? Welke verantwoordelijkheden liggen er? Welke maatschappelijke impact is er? Om een idee te geven: tegenwoordig brengt stroomuitval andere gevaren met zich mee dan vroeger. Is er een uitgebreide stroomuitval dan valt een hele informatiesamenleving stil. Dat betekent ongemak zoals poortjes die niet opengaan of rijen voor het pompstation, maar kan ook direct gevolgen hebben voor de veiligheid. Dan moet je zorgen dat je heel snel de goede informatie bij burgers hebt. Niets is zo vervelend als niet de juiste of verwarrende informatie verspreiden.”

Gas meten 800

Koud en warm
Om goed op elkaar ingespeeld te blijven, gebeurt er veel. Er worden gezamenlijke oefeningen gedaan of er wordt over en weer een presentatie gehouden. “We stemmen protocollen af en hebben regelmatig overleg. Dat alles om ervoor te zorgen dat we precies van elkaar weten wat er moet gebeuren bij calamiteiten. We onderscheiden de ‘koude’ fase waarin we afstemmen en de ‘warme’ fase waarin we moeten optreden en samenwerken. Je hebt het dan niet alleen over het uitrukken van de brandweer, maar om veel meer. Als er gas- of stroomuitval is, dan moet er ook wat gebeuren. De gevolgen die dit heeft voor de bevolking managen de veiligheidsregio’s, maar de netbeheerder heeft hierin een belangrijke informerende en adviserende taak. Daarvoor hebben we allerlei crisisscenario’s klaar liggen. Een aantal jaren geleden vloog een helikopter in een hoogspanningsmast. Je moet dan met elkaar beslissen hoe en wanneer je het sein geeft dat er noodvoorzieningen moeten komen. Telecomproviders willen bijvoorbeeld graag weten wanneer ze aggregaten moeten inzetten om de stroomvoorziening van de eigen GSM-masten te herstellen. Dat betekent heel nauw contacten onderhouden.”

Andere energie
Stedin is volop bezig met de energietransitie. “Dat lijkt een kwestie van een andere energiebron – in dit geval vaak zonne-energie – aanboren, maar het heeft verstrekkende gevolgen. Het netwerk is niet ingericht op tweerichtingsverkeer. Tot op heden werd er geleverd en dat was het. Nu leveren mensen ook terug naar het net en krijg je piekbelastingen als er meer wordt geleverd dan gevraagd. Hier zijn intussen oplossingen voor, zoals opslag in een buurtbatterij. We hebben ook te maken met steeds meer elektrische auto’s en laadpalen. Die moeten steeds sneller laden en meer capaciteit geven. Dat heeft ook een grote impact op de infrastructuur. Het is van belang dat onze partners weten dat dit gaande is en welke risico’s daaraan kleven, zodat we ook bij calamiteiten op dat terrein gezamenlijk kunnen optreden.’

Ook de VRU heeft te maken met andere energievoorzieningen. Ontwikkelingen en innovaties, zoals een buurtbatterij, zijn van alle tijden en juichen we toe. Deze beïnvloeden ons werk op verschillende manieren. We anticiperen daarop waar mogelijk. Indien nodig passen we onze werkwijzen aan, we kunnen niet stilstaan. Over 10 jaar vinden we deze ontwikkelingen zoals de buurtbatterij waarschijnlijk heel gewoon.